Jaarlijks archief: 2012

Winter in Volendam en oude BZN foto’s



Volendammertjes worden klaargestoomd voor de buhne
Ja dat heb je natuurlijk in zo’n dorp waar zoveel muziek in zit. Als de oudjes verdwijnen zullen er toch nieuwe muzikanten moeten opstaan. Dat wordt hier in Palingsound City goed aangepakt zoals op onderstaande foto te zien.

Onder: Vanmiddag was ik in de PX in Volendam, waar gitarist Jan Buys(To) een show gaf met zijn nieuwe pupillen, de Volendammer gitaristen van de toekomst. Rechts op de buhne Jan To met als gast Dick Plat – jazeker, die van BZN. Tweede pupil van links zit mijn neefje Roy, een kleinzoon van m’n broer Kees en zijn Christien. Een aanstormend top talent !!

Onder: Close up van mijn neefje Roy Karregat. Zoon van nicht Joyce en Peter. Het is toch een genot om te zien wat een plezier deze kinderen beleven aan hun gitaarlessen.

Jarige BZN fan met hele familie in Marinapark Volendam

Dit weekend werd op 8 december BZN fan Frank van Hoof  bekend van de kinderen met namen “Jan en Carola van Hoof ” 50 jaar. De gehele familie van Hoof logeerde ter gelegenheid daarvan in het Marinapark, en had de leden van BZN uitgenodigd om dit feestje mee te maken. Toen ik er gisteren was , stonden Dick de Boer en zijn vrouw nog na te smullen van het heerlijke verjaardags gebak. Het was heel gezellig bij de familie van Hoof.

Onder: Frank van Hoof en zijn gezin met aanhang op het trappetje van hun appartement in het Marinpark Volendam waar de 50ste verjaardag van Frank gevierd werd. Vooraan naast Frank staan Jan en Carola.

 

Winter in het land

Net voordat wij voor een weekje naar de Egyptische zon vertrekken is de winter in Nederland gearriveerd. Gisterochtend (donderdagochtend) ging ik om ongeveer  10 uur in Volendam op pad om wat sfeer plaatjes te maken. Omdat er verse sneeuw lag en de zon uitbundig scheen besloot ik eens een paar “inkoppertjes” te maken; zogenaamde fotografische “open deuren”. Afgezaagde foto’s van overbekende plekjes die iedereen hier wel eens gemaakt heeft, maar die door de sneeuw die er nu ligt, en de lage zon toch wel weer leuk zijn om te zien.

Onder: De besneeuwde Calkoengracht in het ontluikende ochtendgloren; een van de mooiste straatjes van Volendam (vind ik)
 

Onder: Op de IJsselmeerdijk bij het Marinapark staand, gekiekt in de richting van de ijsjes boerderij van Honingh; een foto die zowel warmte als kou uitstraalt.

Onder: Diezelfde ijsjesboerderij vanaf de Zeddeweg gezien in de grondmist die zo kenmerkend voor dit jaargetijde is.

Onder: Het Marinapark Volendam in de kou

Onder: De veel gefotografeerde molen aan het begin van de Zeddeweg, richting Motel Volendam. Het mag een afgezaagde kiek zijn, maar met die sneeuw en dat ontluikende zonlicht is het toch een prettig plaatje om naar te kijken. 

Onder: Dezelfde molen van de andere kant gezien. Op de voorgrond het pad waarover ik elke dag mijn joggingsronde start.

Onder: Een paar schaapjes op de dijk in het lage gele ochtendlicht. Een leuk effect ontstaat wanneer in Photoshop de lucht sterk met “oppervlak vervagen” wordt behandeld. Hierdoor ontstaat het “gelaagde” zonlicht

Oude BZN foto’s

Van een kennis kreeg ik afgelopen week een map met prachtige oude BZN foto’s die ik zelf niet in mijn archief heb en ook nog niet eerder gezien heb. Uiteraard zal ik proberen ze allemaal op deze site te plaatsen

Onder: BZN uit de prille begintijd – 1968 – met Cees Tol, Jan Tuijp, Jan Keizer (drums) Thomas Tol, en zanger Jan Veerman.

Onder: Een tijdje later – 1974 – is Jan Veerman vervangen door Jan Keizer die nu zingt , en is Jack Veerman drummer geworden. We hebben in die periode vaak met witte pakken opgetreden. 

Onder: Vlnr: Cees Tol, Jan Keizer, Jack Veerman, Maribelle, Jan Tuijp, Thomas Tol. Na de witte pakken periode kwam in – 1976 -de eerste zangeres bij BZN. Haar naam was Maribelle

Onder: Maribelle ging in 1976, Annie kwam. Vlnr Jack Veerman, Thomas Tol, Annie Schilder, Jan Keizer, Cees Tol en Jan Tuijp

Onder: Na 7,5 jaar lang Annie kwam in 1984 Carola. Ze bleef bijna 25 jaar lang de zangeres van BZN. Hier openen we de BZN bar die in 1984 kochten in een gekke bui.

Onder: In 1984 in de BZN bar vlnr: Jan Tuijp, Jack Veerman, Carola , Thomas Tol, Cees Tol, Jan Keizer.

Onder: BZN met Carola in 1984

Onder: BZN in 1985

Onder: BZN in 1985

Onder: BZN in 1986



Onder: BZN in 1987

Onder: BZN in 1987. Nu begon de “wijde pakken periode” van Carola. Wij – de mannen – zagen liever de wat strakkere kleding. 

Onder: BZN in 1987



Onder: Cees en Thomas verlieten de band in 1987 en Dirk vd Horst en Dick Plat deden hun intrede. Vlnr: Jack Veerman, Jan Tuijp, Carola, Dirk van der Horst, Dick Plat

Onder: In Disney Parijs in 1989. Ik weet nog dat ik hier met de PH-BNK naar toe gevlogen ben. Aan boord Jan keizer, Carola  en Dick Plat. Jack durfde niet zo. “Hij hangt niet aan een touwtje”, zei hij ter verduidelijking 



Onder: BZN in 1993

Onder: In 1992 doopte Carola een T6 Harvard die op Lelystad bij Wings over Holland gestald was. Hierna vloog ze er met Dick Algra een paar rondjes in; ik zag ze al snel over de kop gaan.

Onder: Mijn favoriete foto van Carola in de T6 Harvard. Wat een vrouw, wat een allure, wat een kist……

Onder: Carola tijdens TV opnames in een cadillac



Onder: Carola Smit, commentaar overbodig

Onder: Carola Smit, commentaar overbodig….

Onder: Na de dood van Dirk vd Horst in 2004 kwam John Meijer – uiterst rechts –  als gitarist in de band.

Onder: BZN in 2006 in York in Schotland. We traden op, op de ferry naar Schotland

Onder: In een treinmuseum in York

Onder: BZN in de laatste jaren tijdens een optreden voor TROS TV

"Olympisch goud voor Volendams oud"


Artikel voor het Volendamse blad “Het Bedakkertje”

Een paar weken geleden kreeg ik bezoek van Denise de Boer, de vrouw van Jan Dulles, de 3 J’s zanger. Ze is redactielid van het Volendamse blad “Het Bedakkertje” dat gratis verspreid wordt onder de bejaarden in het Volendamse St Nicolaashof, ons bejaarden tehuis. Ze vroeg mij een column in de November uitgave van dit blad te schrijven. Ik was daarbij niet aan een lengte gebonden. Uiteraard heb ik aan haar verzoek voldaan; het blad is inmiddels verschenen en vandaag is deze uitgebreide column in dit journaal te lezen. Een verhaal recht uit mijn hart.

Het verhaal kreeg nog een klein staartje. Tijdens het bezoek van Denise raakten we aan de praat over onze gezamenlijk hobby fotografie ; zij had zojuist een kalender gepubliceerd met daarin “sunsets over het IJsselmeer”, die ze vanuit haar huis gemaakt had. Ze vertelde en passant ook nog binnenkort op vakantie te gaan naar Vietnam en Cambodja, waar wij pas geleden ook waren.. Omdat ik net de laatste hand gelegd had aan een slideshow met mijn foto’s en bewegende beelden van die trip vroeg ik of ze geïnteresseerd was om die beelden van onze Azie reis te komen bekijken. Zodoende kwamen Denise en Jan gezellig bij ons op visite om die te zien. Uiteraard hadden we het niet alleen maar over fotografie, maar ging het veel over muziek.. Waar een “bedakkkertje” al niet toe kan leiden.Hieronder het volledige artikel. 

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx


Olympisch Goud voor Volendams “Oud”

Sinds 16 juni 2007, het laatste BZN concert in Ahoy Rotterdam, ben ik gepensioneerd. Samen met mijn vrouw Mary maak ik sindsdien maandenlange wereldreizen en houd ik me voornamelijk bezig met hobbies als fotografie en vliegen. Of een combinatie van die twee: luchtfotografie vanuit mijn eigen sportvliegtuig, waarin ik voor mijn plezier ook af en toe nog vlieglessen geef. Kortom, alle dromen komen uit, ons leven is een feest. En het belangrijkste van alles: onze kinderen,  kleinkinderen en wijzelf zijn allemaal gezond, dus genieten we elke dag met volle teugen van de tijd die ons nog gegeven is.

Onder: Een combinatie van mijn hobbies, fotografie en vliegen: luchtfotografie

“Jij kenne wel”, roepen sommige Volendammers dan wel es gekscherend tegen me, als we weer een paar maanden op reis gaan. “Ik heb het van niemand gekregen hoor, allemaal zelf gedaan “, roep ik dan ook weer een beetje schertsend en lachend terug, er op doelend dat ik geen erfenis, pakken geld, of bestaand bedrijf van mijn ouders heb mee gekregen.

ZUIDEINDE 111

Maar soms….., als ik met Mary of met de kleinkinderen over de dijk naar Honingh fiets voor een ijsje, en bij Zuideinde nr 111 mijn blik als een magneet naar het bovenraam getrokken wordt, besef ik dat het anders ligt; “heb ik niet iets veel belangrijkers van mijn ouders meegekregen ? “  denk ik dan.

Achter die ruiten van dat bovenraam beginnen n.l mijn roots. Daar startten in 1948 mijn ouders, Kees Pet en Maartje Puul, hun grote gezin, en daarmee hun zware en lange strijd om daar in zeer moeilijke omstandigheden net na de oorlog wat van te maken.

Daar, op ‘t zoldertje van  Zuideinde 111, werd ik 64 jaar geleden geboren als oudste van 11 kinderen. Mijn ouders woonden destijds “in” op de zolder van tante Neel Pet, en Appie van de Kriek.  Mijn neef, Jaap vd Kriek, de tegelzetter, werd in datzelfde  weekend op de benedenverdieping onder mij geboren. Gaartje, Bloemen Jan,  Sijmen, en Gerda gingen neef Jaap reeds voor. Ook mijn zus Jannig zag het levenslicht er later nog. Het was dus druk op nr 111, maar dat kon toen allemaal nog.  Het zelfde pand met bovenraam is er zoals op de foto te zien nog steeds; er is weinig veranderd, alleen de bewoners…..

Onder: De zolder van Zuideinde 111 waar ik 64 jaar geleden geboren werd is er nog steeds…  

Onder: Mijn ouders toen ze ongeveer 20 jaar waren, en ze nog aan hun grote bijna onmogelijke avontuur moesten beginnen. Een “fabrieksarbeiders” gezin met 11 kinderen groot brengen op de “puinhopen” van de tweede wereld oorlog.

 

DE KRIKKEMIKKE

We verhuisden naar Dril nr 17, de “Krikkemikke” , zoals mijn vader de 4 kleine bouwvallige huisjes pal achter het vroegere fopwinkeltje op de dijk spottend noemde. De twee aan twee tegenover elkaar staande huisjes op de plek waar later de kassen achter de toenmalige bloemenwinkel van Huising op t Dril gebouwd werden. Naast ons “De Dot” en zijn gezin, en tegenover ons Jaap Tol en Aris van de Knoest (met zoon Jan Tol, de voormalige wethouder) en Klaas en Aal Bup, in wiens huis later de fam Dobbel woonde. (ouderlijk huis  Nico Dobbel)

Dat deze huisjes al snel door de gemeente voorzien werden van een bordje “ Onbewoonbaar verklaarde Woning”, deerde ons niet; we  bleven er gewoon wonen. Ondanks het ontbreken van het minste wooncomfort bleek het een vruchtbare omgeving; elk jaar kwam er een kind bij. Ook dat kon toen nog.  De pastoor had nu eenmaal zijn beminde gelovigen sterk op het hart gedrukt om Gods water over God’s akker te laten stromen, waaraan mijn ouders braaf, en hopelijk met plezier gehoor gaven. Moeder Maartje  kreeg 11 kinderen in 13 jaar ! Onvoorstelbaar. Ondanks de bittere armoede en een stuitend gebrek aan woon en slaapruimte, zonder douche of bad met een tochtige buiten plee. We werden één keer per week op vrijdagavond in de emmer met boender gewasssen door m’n moeder. Op de aanrecht in de keuken. Ook dat kon toen nog….  

Ik sliep in de Krikkemikke onder de ruit v/d dakkapel; s’winters werd ik vaak wakker door ijskorsten onder m’n neus en sowieso stonden s’morgens vaak de bloemen dik in de ruiten. Maar “daar ga je niet dood van hoor” zei m’n moeder dan. En wat hadden we het gezellig met elkaar op dat zoldertje.

Onder: De “Krikkemikke”. Het huisje met de kar er voor is Dril 17; wij woonden hier 6 jaar lang met op t laatst 7 kinderen; in het huisje links woonde het gezin van Hein Dot. Ik sliep met mijn hoofd tegen het dakkapelletje – op de foto  – aan.  

In 1956 verhuisden we naar de Dr Weverstraat 24 in een nieuwbouw huurwoning naast het gezin van Bruin en Geert Pen die maar liefst 13 kinderen hadden. Ik hoor ’t m’n vader nog zeggen; “Die Bruin heeft ‘m ook niet met pisse versleten”. Tja, want pa had er maar 11.  Ik liep vanaf de Dr Weverstraat elke dag naar de lagere school van Meester Mol aan de Edammerweg, waar ik nu tegenover woon.  Maar voor we naar school gingen  moest elke dag om half 8 om beurten iemand warme flippen halen bij Sijmen Mooijer op de Ventersgracht en later bij Japie Keijzer tegenover de ENKEV. De andere moest dan het kolenhok in om een kit kolen te scheppen.

WARME FLIPPEN, HAVERMOUTPAP en een ZOOTJE LANGE DUNNEN

Die heerlijke geur van dat warme brood uit die tas zal ik nooit meer vergeten; ik weet nog dat ik liever brood haalde dan kolen schepte, want dan kon ik tijdens het lopen alvast wat brood uit de zijkanten van die lekkere flippen pulken; dat had toch niemand door. Later pas, zag ik dat mijn broers dat ook deden.

Mijn vader fietste voor zijn 48 urige werkweek inmiddels elke dag naar Edam op en neer, naar de koolborstelfabriek van Morelisse, waar hij met zijn geestdodende werk achter een gevaarlijke machine in een zeer ongezonde ruimte, met veel koolstof,  “S39 stoom” en giftige kwikdampen, een schamel loontje kreeg betaald. Hij zou hier nog 10 tallen jaren, zijn verdere werkzame leven, in dienst blijven.

Om de armoede te bestrijden en uberhaupt te kunnen overleven met zoveel kinderen, moest – m’n meestal zwangere –  moeder Maartje naast haar enorm zware  huishoudelijke taak,  samen met de kinderen als thuiswerk garnalen pellen. Jan Kok bracht elke dag vaak ‘s nachts al meerdere kisten vol met garnen, waar moeder met de kinderen om 6 uur s’morgens al aan begon; het duurde vaak de hele dag voor de “pitten” naar de loods konden worden gebracht. Bijna mens onterend. Maar je vond dat niet vreemd want alle buren “hadden garn” Ook Vader Kees begon samen met de kinderen meteen uit de fabriek  tot s’avonds laat aan zijn thuiswerkklus: koolborsteltjes solderen en inpakken. En dat 7 dagen per week. Ja, dat kon toen allemaal nog…

Opdat niemand honger hoefde te lijden, maakte moeder Maartje elke dag een grote pan havermout pap warm, om die vervolgens leeg te gieten in een vijftal met speen uitgeruste papflessen. We lagen dan in groepen van 5 naast elkaar op de grond voor de kachel op onze rug om die naar binnen te laten laten zakken. Als broodmaaltijd kregen wij- de jongens – een “pil” in de hand mee naar buiten die dan tijdens het partijtje voetbal werd “weggewerkt”. Een “pil” of een “brok” was een compleet ongesneden brood dat ruggelings in de lengte door midden werd gesneden; tussen de twee helften kwam dan het beleg, waarna ze weer op elkaar gedrukt werden. Zo werd een heleboel beleg bespaard. Dat kon toen nog….. want ja, de buurjongens liepen ook met een pil.

Vlees hadden we niet, te duur. Hooguit één keer per week een onsje biefstuk. M’n vader verstond de kunst om dit onsje met een hele speciale techniek en een scherp mes al ratelend in een berg ragdunne vleesflinters om te toveren. Meer lucht dan vlees. Hij verdeelde dit dan heel theatraal door met zogenaamde grote druk 13 zware porties van zijn bordje af te schuiven. Meestal aten we echter vis, daar kon vader Kees  voor weinig of niks aan komen. En zeker wel twee of drie keer per week stond het gortemetiel met een zootje “lange dunnen” bij ons thuis op tafel. M’n vader ritselde die bij zijn maatjes op de botters in de haven in ruil voor een paar gebakken bokkingen of door hemzelf geprepareerde zure panharing

WACHTEN OP DE KINDERBIJSLAG    

Honger hadden we dus niet , maar dessalnietemin konden we de eindjes maar amper aan elkaar knopen,  en dan nog alleen omdat de kruidenier Jaap Pannekeet, de kolenboer Jan Blok, de fietsenwinkel van Ton Teun, de radio en TV zaak van Cas Sombroek, en de kledingwinkel van Bruin Sul bereid waren om op hun geld te wachten totdat de kinderbijslag werd uitgekeerd. Er was een hoge mate van solidariteit en begrip onder elkaar. Tja dat kon toen allemaal nog…

Als ik met vrienden van vakantie terugkwam belde ik mijn vader al vanaf het vakantieadres op of ie niet een visje voor de vakantieploeg kon klaarmaken;  bij thuiskomst stond dan de gekookte schelvis al naast het kouwe bier op tafel te pruttelen. Wat werd het dan gezellig altijd. Ik herinner me – in dit verband – nu ook weer het brommer tripje naar Duitsland met neef Jan Kuipers. Op een camping in Altenahr ontmoetten we een stel brabanders uit Nistelrode die ik al snel had uitgenodigd op een kermisborrel bij ons thuis. Dat vroeg ik niet eerst aan m’n ouders, zo ging dat altijd, ik wist gewoon dat ze dat wel goedvonden. Een week later reden er 4 VW busje met 30 gezellige Brabanders bij ons de straat in. Het werd een knalfeest op Dr Weverstraat 24 ! Ik denk niet dat ik dat van mijn eigen kinderen gepikt zou hebben. Maar bij mijn ouders thuis, waar eigenlijk niets mogelijk was, kon letterlijk alles !!

Onder: Ons gezin op mijn trouwdag in 1971 met vlnr: Ben, Gaar, Louis, Vader, Arie, Jan, Nico, Moeder, Cor, Jannig, Lida, Jaap, Kees

Met veel meten en passen zagen we er wel altijd heel netjes uit. Er werd veel kleding hersteld, en de kledingstukken “schoven” steeds op; de jongste broer liep uiteindelijk met een trui of broek die al door 5 andere broers gedragen was . No problem. En was het gezellig thuis, want er was geen TV; moeder bakte dikke koeken, en vader draaide s’avonds net zolang aan het kleine radiootje op een bordje aan de muur  totdat er muziek van de Shadows uit kwam op radio Luxemburg. Vooral toen we al wat ouder waren kwamen elke zondag na de kerk om 12 uur de flessen op tafel en werd het met alle kinderen erbij steevast beregezelllig tot een uur of 2.

Op het achtererf timmerde vader Kees een tafeltennis tafel in elkaar, waar we met de hele buurt competities op af werkten. Kortom, we voelden ons helemaal niet arm, want we hadden alles wat de buren ook hadden, en die waren net zo arm als wij. Het was wat dat betreft net zoals het altijd al geweest is; je bent net zo rijk als je buurman arm is, of andersom.

Naarmate we ouder werden begrepen we echter steeds meer van de enorme strijd die onze ouders leverden om het schip drijvende te houden. Ik zag ze een keer op een zaterdagochtend in de achterkamer tegenover elkaar zitten te huilen; ze zagen even geen uitweg meer in hun penibele financiele situatie. Dat begreep ik uit hun lichaamstaal want ik durfde ze het niet te vragen. Dat maakte enorme indruk op mij, ik zie het nog zo voor me, die aangrijpende momenten vergeet je nooit meer…..

HET BLAUWE KETELPAK

Eindelijk leek er licht aan de horizon van ons ouderlijk gezin te gaan schijnen; de oudste zoon – ik dus – kon gaan werken in de fabriek, om nu ook mijn financiele steentje in ons gezin bij te dragen. Het was normaal dat de meiden een werkhuis zochten, meestal in Amsterdam, en dat de jongens naar de fabriek, op de botter, of in de bouw aan het werk gingen. Je loon ging in de huishoud knip van moeder, totdat  je “op je eigen” ging, dan moest er alleen nog kostgeld betaald worden, en kon je gaan sparen voor de uitzet en het eigen huis. (Allemaal waarden waar de overheid nu weer naar terug wil)

Afijn, ik had m’n blauwe “ketelpak” van de NAM (Noord Amsterdamse Machinefabriek) al thuis toen mr Hoens van de Ambachtschool in Edam bij ons thuis op visite kwam om mijn ouders te vertellen dat ik toch vooral beter kon doorleren. Dat was niet gebruikelijk in die tijd.

Het moet toch een zware beslissing voor mijn ouders geweest zijn om mij onder die moeilijke omstandigheden verder te laten studeren, immers; de financiele ruimte was er niet, en de andere 10 kinderen zouden die “doorleer” kans ook moeten krijgen. Je kan het je toch nu bijna niet meer voorstellen? Maar ja…dat kon er toen allemaal ook nog wel bij.

Ze kozen op dat cruciale moment onder die beroerde omstandigheden weer niet voor zichzelf. Tijdens mijn MTS studie hebben ze mij altijd enorm gestimuleerd en ontzien, net als mijn broers en zussen mij steunden trouwens. Ondanks m’n studiebeurzen die in de huishoudknip belandden, hebben mijn ouders toen een groot fysiek en financieel offer voor mij gebracht. Maar het loonde wel voor mij; want ik kon na mijn studie aan de MTS door naar de HTS en daarna naar de TH in Delft.  En inmiddels was BZN er om mijn studie etc te bekostigen. M’n ouders hebben consequent ook de andere kinderen voor zover die dat wilden de kans geboden om verder te studeren. En zo ging dat toen in vele van die extreem grote gezinnen in Volendam.

Eind 1976 besloot ik na het plotselinge nr 1 succes van de BZN hit “Mon Amour” definitief voor mijn BZN muziek carriere te kiezen, en niet voor de techniek.

M’n moeder – met m’n vader de grootste BZN fans – vroeg me toen letterlijk : “ Jan vind je het nou geen zonde, om niets met je diploma’s te doen ? Daar hebben wij nou zo lang krom voor gelegen, en daar heb jij nou al die jaren voor op je kamertje gezeten.”

Ja, dat m’n moeder dat zo zei deed me pijn, maar gelukkig kon ik haar uitleggen hoe ik daar heel anders over dacht; dat zo’n studie niet alleen maar uit formules leren etc bestaat. Maar dat je leert analytisch te denken, buitenlandse talen leert, je zelf beter leert uit te drukken, je algemene ontwikkeling op waardeert, etc etc….. om maar eens even wat voordelen op te noemen.

En……., zo besloot ik tegen m’n moeder: “die geestelijke bagage draag je altijd en elke dag met je mee. Je hebt daar elke dag wel op een of andere manier profijt van. Mijn moeder was tevreden met die uitleg.

Nu, vele jaren later, durf ik te beweren, zonder aanmatigend te willen zijn, dat ik tijdens mijn BZN carriere waarin allerlei culturele , zakelijke,  intermenselijke en technische aspecten een rol hebben gespeeld, elke dag profijt heb gehad van mijn opleiding.

Daarnaast kon ik door mijn technische opleiding ook in de vliegerij heel ver komen en zelfs als vlieginstructeur ex- gezagvoerders van verkeersvliegtuigen opleiden tot instructeur.

En dat heb ik dus allemaal te danken aan mijn ouders, die in een voor hen moeilijke periode in hun leven onder volstrekt onmogeijke omstandigheden bereid waren zichzelf weg te cijferen en voor hun kinderen te kiezen. Dat kon toen allemaal ….

Als ik het hier over “ mijn ouders” heb, denk ik uiteraard aan die gehele generatie 20-ers van net na de oorlog; die nu als oudste bewoners onze bejaarden,- en verzorgingstehuizen bevolken; die toen ze hun gezinnen startten, moesten puinruimen en opnieuw beginnen, de weg banend voor hun kinderen.

 

NIET ZEUREN MAAR AANPAKKEN

Ik raak er steeds meer van overtuigd dat het motto van die generatie: “niet zeuren maar aanpakken”,  en de tomeloze overlevingsdrang een inspiratiebron voor het latere doen en laten van mijn generatie  is geweest. Maar ook, dat de grijze poel van armoede en primitiviteit waarin wij opgroeiden,  en de drang om daaraan te ontsnappen, een vruchtbare voedingsbodem  was voor de significante competativiteit en daarvan afgeleide  prestatiedrang van mijn generatie Volendammers. 

Er zijn vele boeken geschreven over internationale sport,- en zangfenomenen zoals Pele, Pavarotti, The Beatles etc. die opgroeiden in sloppenwijken en door hetzelfde mechanisme als de Volendammers hierboven beschreven, prestatiegericht gemotiveerd raakten, en net als veel Volendammers op hun gebied konden uitblinken.

Goed beschouwd was het achteraf dus een geluk voor mij en mijn generatiegenoten om onze jeugd te beleven in materiele poverheid, waarbij onze ouders ons leerden om onder bijna uitzichtloze omstandigheden van niets nog iets te maken. Wat een geweldige levensles was dat. Met die “geestelijke bagage” gingen wij ons levenspad op. Met dat waardevolle gereedschap, dat wij van onze ouders meekregen, konden wij de wereld aan, en zijn we geworden die we zijn. Het is te hopen dat de jongeren van nu, die zeker in materieel opzicht in betrekkelijke weelde opgroeien, ook niet zullen zeuren maar aanpakken, als het echte leven begint, en er tegenslagen op hun pad komen.

Ik sprak hierover vandaag met een bijna gepensioneerde bouwvakker. Hij zei me : De wezenlijke veranderingen zie je aan de kleine dingen: “Als ik tijdens de pauze een appel eet, blijft er een klein klokhuisje over, zo heb ik dat thuis geleerd, maar m’n veel jongere maatje neemt twee happen en smijt de rest v/d appel weg. Mijn lijmspaan die ik 30 jaar geleden zelf kocht, “ zo vervolgt hij, “ gebruik ik nog steeds. De lijmspaan van dat jongere maatje die hij notabene van mijn baas kreeg, was al na 3 weken weg, gewoon weggeraakt zegt ie dan” Tja , dat geeft toch te denken…….

Ik heb nu zelf samen met met vrouw een gezin met 3 kinderen grootgebracht, dus weet ik hoe veel werk dat is, en wat het allemaal kost.  Ik probeer me wel eens voor te stellen wat voor bijna onmogelijke wereldprestatie mijn ouders, en veel van hun generatiegenoten in dat opzicht hebben geleverd. Vooral hier in Volendam met die extreem grote gezinnen en dat net na de oorlog.   

Daarvoor wil ik mijn ouders en al hun generatie genoten, de oudere bejaarden, eren en oprecht bedanken. Voor mij hebben ze allemaal op z’n minst een Olympische Gouden plak verdiend.

“Olympisch Goud voor Volendams Oud” , zou ik hem willen noemen, met op de zijkant als opschrift:   “ Toen alles nog kon…..”       

Onder: Een van de luchtfoto’s die ik recentelijk vanuit m’n PH-BZN maakte. De St Nicolaashof na de laatste sloopwerkzaamheden