De openingsceremonie van de Olympiade 2008 was een oorverdovend en oogverblindend spektakel, zowel letterlijk als figuurlijk. Vriend en vijand zijn het er inmiddels over eens, dit wordt waarschijnlijk nooit meer overtroffen. De Chinezen hebben zich gisteren bewezen. Op het gebied van veiligheidsbeheersing, telecommunicatie, multimedia, hightech, techniek, acrobatiek, artisticiteit, creativiteit, massachoreografie, special effects, organisatie en TV registratie en productie van een mondiaal evenement als de Olympiade, doen zij niet onder voor enig ander land ter wereld. De opening van de Olympische Spelen van 2008 was zelfs de meest spectaculaire tot nu toe. Hoewel ik bijna nooit naar reguliere TV programma’s kijk, bleef deze onvoorstelbare show me urenlang boeien. Toch bleef ik als enthousiaste TV kijker ook aan de andere kant van de medaille denken, en aan het imago van China dat hiermee opgepoetst wordt. Maar toen realiseerde ik me dat dit aspect altijd wel een rol speelt; dat elk organiserend land promotie voor zichzelf bedrijft met de openingsceremonie. Toen realiseerde ik me ook dat die duizenden Chinese medewerkenden die zich in het zweet werkten om een mooi visitekaartje voor hun land af te geven, niet allemaal Chinese dictators zijn, maar gewone Chinezen, die trots zijn op hun land en hun 5000 jaar oude cultuur. Mag dat?
Er is veel terechte kritiek op de wijze waarop de Chinezen met de rechten van de mens omgaan. Op hun ondemocratische bestuurde samenleving. Er zijn terecht wereldwijd veel demonstraties en discussies geweest. Er zijn terecht veel vragen gesteld. Wordt de Olympiade door de Chinezen politiek misbruikt? Moet politiek en sport gescheiden blijven? Moeten de spelen wel in China gehouden worden, en mogen sporters wel naar China toe gaan? Moeten de regeringsleiders wel of niet naar de opening etc. Moet de journalistiek de Spelen niet boycotten?
Toch denk ik dat het goed is, dat het gaat, zoals het gegaan is. Dat de Spelen wél in China gehouden worden. Mét alle demonstraties en discussies van dien, mét een ter discussie staande persvrijheid en een deels geblokkeerd internet. Vooral deze laatste twee items zijn als het ware in de schoot geworpen vlijmscherpe wapens waarmee de criticasters uit de hele wereld hun pijlen op de Chinese leiders konden en kunnen afschieten. De internet blokkade werd na de eerste storm van mondiale journalistieke kritiek zelfs al grotendeels opgeheven. Zonder de Spelen was de internationale kritiek – o.a Bush in Thailand – en breed gedragen discussie niet in zo’n stroomversnelling terechtgekomen. Was de druk op de Chinese leiders en de bewustwording van het Chinese volk nooit zo groot geworden. Het is een wet van Meden en Perzen dat de maandenlange aanwezigheid in China van 30.000 journalisten uit de gehele wereld zal gaan bijdragen aan de vorming van een proces dat een uiteindelijk een transparantere Chinese samenleving tot gevolg zal hebben, en dat uiteindelijk de Chinese leiders uit hun machts-isolement zal halen. Dat die zich daarna tegenover de wereld zullen moeten verantwoorden voor hun houding jegens mensenrechten. Het is een kwestie van tijd. Dat proces zal niet eindigen met deze Spelen, het begint er mee.
China is een van de grootste landen ter wereld. Er wonen 1,3 miljard mensen, dat is ruim 20 % van de hele wereldbevolking. Wie voor een betere wereld voor alle mensen is, en voor wereldvrede, kan niet meer om China heen. De Chinezen horen erbij, en we kunnen China kan niet meer als het stoute jongetje in de hoek laten staan. We kunnen ze niet meer negeren door weg te blijven, maar zullen ze serieus moeten nemen door wél te komen, en de kritische dialoog met ze aan te gaan. Sommige wereldleiders waren er wél en andere niet. Een goede zaak! Daar spreekt n.l aan de ene kant kritiek uit, die veel Chinezen bereikt, maar de aanwezigheid van Poetin en Bush geeft ze het gevoel mee te doen in de wereld. En dat ze zich daarnaar moeten gedragen op z’n Hollands gezegd. Daarom is de Olympiade voor het Chinese volk een kans, die ze niet afgenomen mocht worden.



